boek
 x 
icon_twicon_fbicon_yt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tonkoopman1

 

 

Het comité van aanbeveling bestaat uit

Voorzitter: Prof. Dr. Ton Koopman | musicus, dirigent Amsterdam Baroque Orchestra and Choir, professor musicologie universiteit Leiden, docent klavecimbel conservatorium Den Haag

Dr. Eric Jas | universitair docent en onderzoeker muziekwetenschap universiteit Utrecht
Prof. Dr. Johan Oosterman | hoogleraar Oud-Nederlandse letterkunde Radboud universiteit Nijmegen
Dr. Martin Ham | University of Surrey
Dr. Laura Youens | Docent muziekwetenschappen George Washington University
Jos van Veldhoven | dirigent Nederlandse Bachvereniging, docent koordirectie conservatorium Amsterdam
Paul van Nevel | dirigent Huelgas Ensemble

Leo Samama | Componist, musicoloog, voormalig directeur Nederlands Kamerkoor

 

Woord van de voorzitter

Tijdens mijn musicologiestudie in Amsterdam werd ik voor het eerst geattendeerd op de Leidse Koorboeken. Professor Bernet Kempers liet ons, studenten, enkele fotokopieën ervan zien. Hij was bezig met de bezorging van een moderne, muziekwetenschappelijke editie van de koorboeken, die hij helaas door zijn vroegtijdige dood niet kon afmaken. Hij was er zeer enthousiast over maar tegelijkertijd verzuchtte hij: ?Ach, en er zijn nog zovéél koorboeken in- en buiten Europa bewaard.?


Dat de Leidse Koorboeken echter een bijzondere plaats in het overgeleverde koorboekenrepertorium innemen, zijnde de enige overgebleven getuigen van een wijdverbreide institutie, de Nederlandse getijdencolleges, staat echter buiten kijf. De inhoud van die zes boeken is echt heel bijzonder, dat viel me op toen ik ze later zelf mocht bekijken en er muziek uit hoorde klinken. Leiden heeft met deze kloeke zestiende-eeuwse boeken een waarlijk uniek en geweldig bezit.

Dat het Egidius Kwartet en College, dat zich tot taak stelde, met veel inspanningen, deze jarenlang slapende muziekschat weer tot klinken te brengen in concerten en op cd is evenzeer iets geweldigs!

Ik ben er trots op dat Peter de Groot cs (hij en veel van de zijnen zijn ook leden van mijn eigen Amsterdam Baroque Choir) deze onbaatzuchtige daad stellen. Dat is belangrijk voor Leiden, voor de Nederlandse muziekcultuur en eigenlijk ook voor de rest van de wereld.


Ton Koopman

Voorzitter van het comité van aanbeveling

van het Leidse Koorboeken project.

 

 

Aanbevelingen van de overige leden:

Met bewondering heb ik in de afgelopen jaren het werk van het Egidius Kwartet gevolgd. Dank zij de niet aflatende geestdrift van Peter is Nederland inmiddels een volwaardig en volwassen ensemble voor Renaissancemuziek rijker dat zich bovendien intensief en met succes met een fraaie Nederlandse collectie koorboeken bezighoudt.
Helemaal logisch is dat allerminst. Vrijwel het gehele geestelijke repertoire uit de Renaissance werd immers geschreven voor de liturgie en daarbij was de vraag wat de modale kerkganger ervan vond nauwelijks relevant. In onze tijd is dat precies omgekeerd en kan een ensemble slechts bloeien en groeien als het zijn publiek weet te overtuigen. Dat is het Egidius Kwartet meer dan gelukt en daarmee kan het ook een brug bouwen tussen onze tijd en de wereld van Clemens non Papa en Richafort. Mogen velen er over heen gaan...
Jos van Veldhoven

 


Ik weet dat Peter de Groot en de zijnen al lang droomden van het Leidse Koorboeken-project. En het is dankzij het engagement van het Egidius Kwartet & College, dank zij hun idealisme, hun competentie en hun speurdersneus voor het Nederlands muzikaal verleden dat de Leidse  Koorboeken terug deel uitmaken van het cultureel erfgoed van de Lage Landen aan de zee. Door hun muzikale inzet kan de luisteraar weer kennis maken met de rijke muzikale inhoud van deze koorboeken die een duidelijk licht werpen op de Musikpraxis van een muzikaal centrum, wat Leiden toch was. In deze voor de Nederlandse cultuur zeer moeilijke tijden is dit initiatief alleen maar toe te juichen.
Paul van Nevel

 

 

De eerste maal dat ik hoorde van de Leidse Koorboeken, was tijdens mijn eerste studiejaar in Utrecht, in 1970. Ook toen had deze collectie van zes koorboeken uit de Pieterskerk in Leiden al een magische klank. Zij vertegenwoordigden de kern van wat eens mijn vak zou worden: een rijke vaderlandse cultuur, in afwachting van onderzoekers en musici om de veelheid aan bijzondere composities uit het nachtelijk duister van de gesloten boekwerken op te wekken, en ze in wetenschappelijke edities te publiceren. Toentertijd was het Karel Bernet Kempers, bij wie ook mijn moeder nog colleges had gevolgd, die samen met collega Chris Maas deze omvangrijke taak op zich had genomen. In 1970 en 1973 publiceerden zij in twee delen codex A. Bernet Kempers sprak als emeritus hoogleraar met verve over de bijzondere werken die hij daarin had aangetroffen. Door zijn overlijden in 1974 heeft hij dit project niet kunnen vervolgen.

Nu, bijna vier decennia later, is Peter de Groot, artistiek leider van het Egidius Kwartet opnieuw met de zes omvangrijke banden aan de slag gegaan. Terzijde gestaan door de musicologen en specialisten als Eric Jas en Paul Van Nevel wordt band na band getranscribeerd en voor uitvoering gereed gemaakt. Waar dat alleen al een titanenwerk is, besloot Peter bovendien met zijn voortreffelijke ensemble de muziek weer terug te geven aan waar zij in de grond van haar wezen recht op heeft: te klinken! Inmiddels zijn ook de composities verzameld in codex D op cd opgenomen en worden thans uitgevoerd. Dat nu is levende geschiedenis, met werken van toentertijd befaamde meesters als Clemens non Papa, Thomas Crecquillon, Jean Richafort, Cipriano de Rore en Philippe Verdelot. Dat is ook waarom ik dit vak gekozen heb.

Met dank aan Peter de Groot en de zijnen, die me daarvan opnieuw bewust hebben gemaakt.

Leo Samama

 

 

 

 

 

 

 

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

 

1-leiden 2-leiden-stad  4-RAL 5-FPK10-Leiden50jaarMonumentenstad_50  cultuurfonds_horizontaal_kleur  max

6-stedelijk-Museum-Leiden 7-cultuurfonds-leiden8-KRO  vsbfonds_rgb