boek
 x 
icon_twicon_fbicon_yt
02.jpg

DIVERSITEIT

De inhoud van de boeken is heel verschillend qua genre, qua componisten en stijlen. Zelfs binnen één koorboek is er een grote diversiteit. Er was aandacht voor het nieuwe, maar ook componisten van oudere generaties werden met eerbied en respect behandeld en relatief minder bekende grootheden en zelfs locale meesters kregen een plaats in de boeken. De Leidse koorboeken zijn een de unieke getuigen van wat er in de Noordelijke Nederlanden van de zestiende eeuw dagelijks in de kerken te horen was.

 

FAVORIETEN

W 007 quem dicunt

In de Leidse Koorboeken staan natuurlijk veel muziekwerken die overal in Europa geliefd waren, zoals bijvoorbeeld “Quem dicunt homines”, het beroemde motet van Jean Richafort, gebaseerd op de tekst uit het Evangelie waarin Christus Petrus aanwijst als de herder van zijn schapen, en daarmee het pausambt instelt. In de vele duizenden kerken die gewijd zijn aan St. Pieter werd dit stuk een regelmatig gezongen. Er zijn niet minder dan 22 manuscripten en zes verschillende drukken uit verschillende landen overgeleverd waarin dit motet te vinden is. Omdat het direct met de Pieterskerk te maken heeft zal dit stoere muziekstuk natuurlijk niet ontbreken op de eerste cd. Dat is overigens ook een première, want bij ons weten is dat beroemde werk nooit eerder op cd gezet.

 

 

W 008 maria magdalena

In 2011 zullen we ook het nóg beroemdere motet “Maria Magdalena” van Clemens non Papa gaan uitvoeren en opnemen. Dit motet is zonder twijfel een van de geliefdste werken van de zestiende eeuw. Het staat niet alleen in het tweede koorboek maar ook nog eens in het vijfde. Behalve in de Leidse Koorboeken is het motet te vinden in niet minder dan eenenveertig andere bronnen!

UNICA

Daarnaast zijn er heel veel muziekstukken die in geen enkele andere bron voorkomen, en alleen in de koorboeken van Leiden staan, de zogeheten ‘unica’. Dat zijn natuurlijk de stukken die het eerst in aanmerking komen voor de selectie die wij maken. Er zijn zelfs unica van beroemde componisten uit die tijd wier werken doorgaans wijd verspreid zijn, zoals die van Clemens non Papa en Thomas Crecquillon. Vaker zien we dat unica van minder bekende meesters of (helaas)anoniem overgeleverd zijn.

 

 

W 009 missa sex vocum

Maar anoniem wil niet zeggen minder in kwaliteit. Integendeel. Het eerste koorboek (codex A) sluit af met een monumentale zesstemmige mis die weliswaar anoniem is en in musicologenkring alleen bekend is door dit koorboek, maar het is een indrukwekkend meesterwerk en een waardige en fantastische afsluiting van het pronkboek van de collectie. (Elders op deze site kunt u al een stukje horen uit die mis: het hosanna.)

 

 

 

COMPONISTEN

Clemens non Papa (ca. 1510/15 - 1555/56) en de hofcomponist van keizer Karel V, Thomas Crecquillon (ca. 1510/20 – 1557), zijn de hoofdrolspelers van de eerste drie koorboeken, respectievelijk met 41 en 36 composities. Zij waren ‘the top of the bill” in de Noordelijke Nederlanden. Een goede tweede plaats wordt ingenomen door hun tijdgenoten van naam: de al eerder genoemde Jean Richafort (ca. 1480 – ca. 1547), Johannes Lupi (ca. 1506 -1539), Nicolas Gombert (ca. 1495 – ca. 1560), de eerste hofcomponist van Karel V, en een componist wiens naam wat exotisch klinkt maar niettemin een ‘Nederlander’ was, Benedictus Appenzeller (ca. 1488 – na 1558).

Verder zijn er grootheden van oudere generaties in de koorboeken te vinden, te beginnen met een van de iconen van de renaissancemuziek; Josquin des Prez (ca. 1440 – 1521) die met niet minder dan negen composities vertegenwoordigd is. Maar laten we ook Jean Mouton (ca. 1459 – 1522) niet vergeten en Philippe Verdelot (1470/80 – voor 1552).

Het zijn maar enkele namen uit de lijst van zesenveertig (!) met naam bekende componisten uit de Leidse Koorboeken.

In die enorme lijst komen ook componisten voor die zelfs in musicologenkringen niet of niet erg bekend zijn; Goessen Jonckers, Franciscus Ysenbaert, Christian Hollander, Michiel Smeekers en Joachimus de Monte.

In die rij onbekenden treffen we ook de naam Johannes Flamingus aan. Hij is een geval apart. In de jaren 1566-1567, ten tijde van de totstandkoming van de koorboek 5 en 6, voegde deze totaal onbekende man, van wiens leven we niets weten, in zijn karakteristieke handschrift niet minder dan tweeënzestig (!) werken toe aan het Leidse repertoire. Tweeëntwintig daarvan zijn voorzien van zijn naam, de overige veertig zijn zonder toeschrijving gebleven, maar omdat ze nergens anders voorkomen mag men aannemen dat ook die van zijn hand zijn.

 

 

GENRES

Het repertoire van de Leidse Koorboeken is niet alleen samengesteld uit werken van uiteenlopende componisten, maar ook rijk aan verschillende genres. Naast vijfendertig (!) missen treft men vele hymnes, responsoria, motetten, Nunc Dimitis-zettingen en vierentwintig (!) Magnificats aan. In totaal zijn er 349 composities, verdeeld over zes boeken.

 

ANTHONIUS DE BLAUWE

W 010 codex A 1e folio

Uit de colofon van de eerste koorboeken weten we dat de man die verantwoordelijk was voor het uiterlijk van de eerste drie koorboeken Anthonius de Blauwe heette. Hij was ‘schrijver’ van beroep. In de muziekwetenschap spreken we over ‘kopiist’, omdat hij de (klad)modellen zo mooi en zo goed mogelijk overschreef (kopieerde) in de koorboeken. Dat is goed gelukt. Met name boek 1 is van een adembenemende schoonheid.

 

 

De partijen werden overigens niet, zoals tegenwoordig, onder elkaar gezet, in partituur vorm, maar naast elkaar. Linksboven stond de hoogste stem, rechts onder, op de tegenoverliggende pagina, de laagste. Het boek werd opengeslagen op een koorlessenaar gezet, en alle zangers, volwassenen en koorknapen, zongen uit dat zelfde boek.

 

 

W 011  vollersgraft

De Blauwe woonde aan de ‘Vollersgraft’, de huidige Langebrug. Daar beoefende hij niet alleen het beroep van ‘scriver’ maar ook dat van schoolmeester. Leiden kende in die tijd vele privé (schrijf)schooltjes. Hij woonde er van 1546 tot 1567 in een zeer smal huis, samen met zijn vrouw en zijn zoontje Jan. Dat huisje is door de buskruitramp in 1807 helaas verloren gegaan, het stond precies op de plek waar nu de Boomgaardsteeg begint. In 1567 verhuisde hij naar de Hooglandse Kerkgracht, want hij kreeg een vaste betrekking als schoolmeester in het Heilige-Geesthuis; een weeshuis. De lessen werden niet alleen in het weeshuis maar ook bij hem thuis, in het schoolmeestershuis, gegeven.

 

 

W 012 muziekles, houtsnede

De Blauwe mag in Leiden dan vooral bekend zijn geweest als onderwijzer, landelijke faam had hij als bekwaam en gewaardeerd vervaardiger van koorboeken. Hij maakte niet alleen de koorboeken voor de Leidse Pieterskerk maar leverde ook boeken aan de getijdenzangers van Gouda, Delft, Amsterdam en Dordrecht. Wanneer men zich realiseert dat De Blauwe een jaarsalaris van 18 gulden genoot en een compleet koorboek meer dan 20 gulden kostte moet men concluderen dat het vervaardigen van dergelijke muziekhandschriften meer dan een bijverdienste was.

 

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

 

1-leiden 2-leiden-stad  4-RAL 5-FPK10-Leiden50jaarMonumentenstad_50  cultuurfonds_horizontaal_kleur  max

6-stedelijk-Museum-Leiden 7-cultuurfonds-leiden8-KRO  vsbfonds_rgb