boek
 x 
icon_twicon_fbicon_yt
04.jpg

Philippus de Monte

Van: Carel van de Camp 
Verzonden: woensdag 7 juli 2010 16:21 
Onderwerp: Philippus de Monte 

Geachte Heer de Groot, 

Met buitengewone interesse heb ik met mijn vrouw kennis genomen van de Leidse Koorboeken met hun geschiedenis. 
De 1e CD heb ik dan ook aangeschaft en wij kunnen niet wachten tot de serie compleet zal zijn. Wij zijn n.l. beide als zanger(es)  verbonden geweest aan het Nederlands Vocaal Ensemble (vroeger: NCRV V.E.) en zijn erg vertrouwd met muziek als deze. 
Ik heb echter een vraag. 
Joachimus de Monte (familie van Philippe ?) staat genoemd met data 1550-1555. 
Lijkt me een verschrijving ? 
Als de geboortedatum in deze periode valt, lijkt het me erg lastig, dat hij met een compositie in boek A  uit 1549 verschijnt. 
Ik nam dus de vrijheid mij tot U te richten voor een oplossing van deze vermelding. 
Mag ik U bij voorbaat hartelijk danken 

Carel van de Camp 
Alphen a.d.Rijn. 

Beste meneer en mevrouw Van de Camp, 
dank u voor uw vriendelijke mail. Leuk bericht te krijgen van collega zangers, die NB nog onder Voorberg hebben gezongen. 
Joachimus de Monte was bij mijn weten geen familie van Philippus. Van Joachim is niet meer bekend dan dat hij van 1 februari 1553 tot na 1554 als tenor werkzaam was in de nieuwe kerk te Delft. Mogelijk is hij ook enige tijd in de Leidse Pieterkerk actief geweest. Zijn naam geeft overigens ook nog wel eens aanleiding tot verwarring met de Boheemse componist Joannes Simonides Montanus. 

Zoals u kunt zien staan er voor de jaartallen 1550 - 1555 die bij zijn naam gegeven zijn de letterjes 'fl', wat 'florished' betekent, een term die musicologen aanduiden als men geen geboorte- of sterfdatum kent, maar wel weet wanneer de componist in questie 'op zijn hoogtepunt' was cq het meeste (althans traceerbaar) produceerde. Er had dus met evenveel recht 1549 kunnen staan. soit. Ook in codex B codex E staan stukken van de man opgetekend. Wellicht worden er dus nog meer stukken van hem door ons op cd gezet. 

met vriendelijke groet 
Peter de Groot 
artistiek leider Egidius Kwartet

 


 

 

LKB activiteiten vóór Egidius

Van: Theo Goedhart 
Datum: 24 mei 2010 19:29:38 GMT+02:00 
Onderwerp: historie van opnamen koorboeken 

Aan: Marco van de Klundert en Peter de Groot 

Heren, een zeer lofwaardig initiatief om een groots project te ondernemen met de Leidse Koorboeken. 
En ook mooi dat er nu eindelijk een professioneel ensemble is dat dit aanpakt. 

Ik weet niet of het jullie bekend is, maar in 1996/'97 was ik initiatiefnemer van het Ensemble Patoulet, een semi-professioneel ensemble, dat zich ook al met de Leidse Koorboeken heeft bezig gehouden, onder leiding van Erik van Nevel. 
Er zijn concerten geweest op 29 en 30 november 1997, in de Oud-katholieke kerk in Den Haag en in de Pieterskerk in Leiden. 
Van deze concerten is een CD gemaakt, die destijds enkele jaren te koop is geweest in de Pieterskerk en in de Lakenhal in Leiden. Ik heb er nog een paar liggen in mijn kast op het KC. 

Dus de zinsnede die ik her en der in jullie publiciteit lees, namelijk "Na 400 jaar stilte eindelijk weer te horen in vijf van de mooiste kerken van ons land" is niet helemaal in overeenstemming met de waarheid, om eerlijk te zijn. 

Maar laat dat vooral geen afbreuk doen aan de prestatie die jullie leveren, want het Egidius Kwartet is wel een van de beste ensembles in Nederland. 

In de bijlagen een gescande kopie uit "Een muziekgeschiedenis der Nederlanden", deel 1 (2001), van Louis Peter Grijp (waarin ook de Haarlemse Barbers & Bishops worden genoemd), een speellijst van een uitzending van de Concertzender van 1 december 2009, waarin de opname van Ensemble Patoulet gedraaid is, en de treffer uit DBSight. 

Met goede groet, en veel succes toegewenst bij jullie komende concerten, 
Theo Goedhart 


Beste Theo, wat leuk om een reactie van je te krijgen. 
Natuurlijk is het mij bekend wat je met de Koorboeken gedaan hebt in 96/97, sterker nog, ik ben in de jongstleden Jan van Houtlezing die ik mocht houden in de Lakenhal, ter markering van de opening van de Koorboekenexpositie (ben je er al geweest?!) BEGONNEN om met naam en toenaam naar je te refereren. 
Ere wie ere toekomt! 

Overigens was jij ook niet de eerste, want reeds in het kader van het Holland Festival 1963 en 1967 waren er al eens concerten geweest met repertoire uit de Koorboeken, en als ik mij niet vergis heeft ook Nico (van der Meel) na jou nog iets gedaan uit de Koorboeken. 
Ik ken en bezit natuurlijk ook de uitgave van Patoulet die mgr.  
Valkenstijn in 1995 bezorgd heeft, en de daaruit voortgevloeide cd die de Barbers & Bishops hebben gemaakt. Mgr. Valkenstijn volgt onze acties nauwgezet en is telkens van de partij. 
En zoals je wellicht op de LKB site hebt kunnen lezen is dr. Eric Jas, die gepromoveerd is op de koorboeken, nauw betrokken bij het project. 

Al de bovenstaande initiatieven rond de Leidse Koorboeken verdienen lof en hulde en het is ook geenszins de bedoeling geweest die te verdoezelen. Het is echter in het algemeen, publicitair, voor het grote publiek, helderder en duidelijker als je je punt zo sterk als maar mogelijk is probeert te maken. Het aanbrengen van nuances en voorbehouden (hoe correct ook) zou averechts werken. 

Daarbij, met alle respect, is er m.i. een verschil tussen 6 motetten van Patoulet uitvoeren en opnemen, c.q. eens een keer wat uit MMN IX zingen en/of, zoals wij nu doen, de komende zes jaar een terugkerende concertproject met bijbehorende dubbelcd organiseren met een uitgebreide en representatieve selectie van het héle repertoire uit álle zes de boeken (ook de verwaarloosde en Patouletloze) ondersteund door nieuwe bronresearch, uitgavekritische vergelijking, nieuwe transcripties, taalresearch, het maken van een speciale website enz enz. 

Ik schrijf dit alles met gepaste trots en hoop je op één van de concerten te mogen begroeten. 

tt 
Peter de Groot

 


 

 

de sopranen-koralen kwestie

Van: herman van Aggelen 
Date: 2010/5/20 
Onderwerp: De roomse geest, de geest van de 16e eeuw en de sopranen-koralen kwestie 

Beste Peter, 
Je lezing was inspirerend, maar voor mij niet helemaal nieuw - het is duidelijk dat de roomse geest tot de dood van Sweelink heel levend was in de Nederlanden. Verbazend is het dus niet dat de koorboeken door "liefhebbers " zijn meegenomen. 

Eigenlijk zit er voor mijn oren niet eens zo heel veel verschil tussen de  Josquins (Joosken van der Weijde) , de koorboeken en Sweelink. 

Wat me in de uitvoering wel  "stoorde " was dat keurige - en die sopranen ipv de choralen. 
Het zestiende-eeuws leven was een stuk ruiger dan wij door onze roze 3-d brillen van nu zien. 

Vr. gr., 
Herman 

Beste Herman, 
dank voor je reactie. Fijn dat het je inspireerde. 
Ik hecht er toch aan even te reageren op het door jou te berde gebrachte. 
1e moet ik je teleurstellen; sinds 1572/1578 was de Roomse geest waar jij over spreekt in de Lage Landen een 'getolereerde' geest. 
Om tal van moverende, en vooral politieke redenen, werd de officiele Godsdienst hier te lande 'gereformeerd'. 
Even ter opfrissing van het geheugen; In februari 1573 verboden de Staten de Rooms Katholieke godsdienstbeoefening. In december van dat zelfde jaar ging Willem van Oranje over tot het protestantisme. In juni 1576 werd de Unie van Zeeland en Holland ondertekend, met verdraagzaamheidsbepalingen. In oktober 1576 werd bepaald dat Holland en Zeeland officieel gereformeerd waren, en de rest van de Nederlanden Rooms. Op 9 januari 1577 werd op de Unie van Brussel de Pacificatie van Gent bekrachtigd. In dat jaar werd Sweelinck als tiener organist van de inmiddels gereformeerde Oude Kerk in Amsterdam. In juni 1578 verzocht de eerste synode om officiele  godsdienstvrijheid. 6 januari 
1579 Unie van Atrecht. Juni 1580 deden de staten het RKcisme opnieuw 'in de ban' culminerend in de acte van verlatinge op 22 juli 1581. En toen Filips II in 1598 de acte van cessie ondertekende was de rol van de roomsen inmiddels al lang marginaal geworden. 
Het noemen van Sweelinck door jou als referentie voor een continuum van het Rooms Katholicisme is daarom zo verwonderlijk omdat men juist van Sweelinck niet zeker weet wat hij nu eigenlijk was. Zijn functioneren in protestantse erediensten kan niet zonder overdrijving gezien worden als het resultaat van ver strekkend gedoogbeleid in het voor het grootste deel calvinistische Nederland. 

De 'liefhebbers' in Leiden, allen brave gereformeerden, toonden belangstelling voor de koorboeken op grond muzikale beweegredenen. Hun liefhebberschap heeft slechts 20 jaar geduurd, daarna werden de boeken weg gestopt en vergeten. 

Dat je geen verschil hoort tussen de motetten van Josquin en de psalmen van Sweelinck, is je (met respect) als leek niet kwalijk te nemen, maar ligt toch echt in de zelfde orde als de opmerking: voor mij lijken alle chinezen/'negers' op elkaar. 

Je opvatting over de vermeende ruigheid van uitvoeringen in de zestiende eeuw staat je natuurlijk ook vrij, maar is m.i. gestoeld op een in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, inmiddels achterhaalde, geventileerde mening en zienswijze die nader bezien zeer voorbij ging aan de ware aard van de polyfonie, die namelijk ten diepste een afspiegeling van de hemelse harmonie wilde zijn, een ideaalbeeld waar niet minder dan zes generaties componisten gestaag aan gewerkt hebben en waar in tal van tractaten het nodige over geschreven is. Barbarisme en ruigheid was wel het minste waar de heren polyfonisten zich mee wilden vereenzelvigen, die parameters werden voorbehouden aan het kroegvolk en straatmuziek. In de kerk golden andere (zeer strenge) wetten, voorschriften en eisen, die voor de rest ook niets met jouw 'roze 3 D brillen' te maken hebben, maar eerder met hemels Maria blauw. 

Onze keuze voor sopranen is er juist geweest om niet ons te moeten behelpen met de gedevalueerde kwaliteit van jongensstemmen in en uit deze postmoderne tijd, en om door middel van speciale, streng geselecteerde, jongensachtige vrouwenstemmen recht te doen aan de eisen die de polyfonisten aan hun superius partijen stellen en stelden. 

Het lijkt me dat je je maar eens snel moet bij lezen. Bij De Slegte is thans voor een luttel bedrag het standaard werk van prof. Bossuyt dienaangaande te verkrijgen; 'De Vlaamse Polyfonie'. Zeer aanbevolen.  
Wellicht dat we je na lezing daarvan als enthousiast en 'geinspireerd'  
toehoorder mogen begroeten op een van de concerten. 

met vriendelijke groet 
Peter de Groot 
artistiek leider Egidius Kwartet

 


 

 

roomse muziek in 'ketterse' kerken

Van: "m.woldinga" <  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Datum: 20 mei 2010 17:28:30 GMT+02:00 
Onderwerp: roomse muziek in ketterse kerken 

Alleen even een opmerking. Uw concert is hier in groningen in de martini kerk een gestolen kerk daar kan ik deze mooie muziek niet aanhoren. Uw muziek hoort daar niet en ze is daar ook niet voor geschreven om te zingen in een roomsen haterse gehoorzaal. De kathedraal in Groningen is beter geschikt  Jammer voor de componisten die zullen zich wel ergeren van uit het hiernamaals. Met Vriendelijke groet en denk maar eens hier over na. 

Geachte M. Woldinga, 

op zich heb ik enige sympathie voor uw vrij radicale standpunt, maar strikt genomen zouden dan ook alle overige kerken waar de de Koorboeken uitvoeren, Leiden, Alkmaar, Rotterdam en Utrecht, niet voor het uitvoeren van het prachtige repertoire in aanmerking mogen komen. 
Al deze kerken zijn thans namelijk óf protestants (ketters om in uw belevingswereld te blijven) of heidens (want in gebruik als multi functioneel concert- en congres centrum). 

Het is hier niet de plaats om te bespiegelen over De Ware Leer, nog afgezien of dat nuttig is, noch om te lamenteren over de loop der geschiedenis, wel wil ik u de volgende suggestie doen, een uitweg waarmee het voor u toch mogelijk wordt om bij de concerten aanwezig te zijn. 

Het terugbrengen en uitvoeren van het repertoire uit de Koorboeken zou men ook kunnen zien als de ultieme overwinning op De Tijd en De Geschiedenis. Te vergelijken met de psalmist die in de 137e psalm eerst verzucht "hoe zal ik zingen in een vreemd land" vervolgens besluit met "welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt.". Om tenslotte, zoals wij weten, in diezelfde ballingschap desniettegenstaande nog tal van schone liederen aan te heffen. 
Er is hoop, er is uitzicht. Gerechtigheid moet ergens beginnen. In ons geval begint dat in de Martini in Groningen, waar men bij mijn weten zo wie zo het Rooms Katholieke verleden van de kerk niet onder stoelen of banken steekt. 

met vriendelijke groet 
Peter de Groot 
artistiek leider Egidius Kwartet

 


 

 

mythe vorming door Egidius?

Martie Severt 
Datum: 21 mei 2010 13:25:46 GMT+02:00 
Onderwerp: Uitgave en mythevorming 

Het Egidius Kwartet zal een uitgave verzorgen van alle stukken uit de Leidse Koorboeken waarvan geen moderne editie bestaat:  
Daarover zou ik graag nadere informatie ontvangen. Dit betekent ook dat een aantal stukken wel al verschenen is in moderne edities (omdat de werken ook in vele andere bronnen voorkomen), terwijl in de publiciteit wel heel sterk wordt gesuggereerd dat het in de Leidse Koorboeken gaat om volstrekt ten onrechte genegeerde muziek. Het lijkt wel op het creëren van een nieuwe mythe. Veel succes met het project, want het is wel fantastisch. Met vriendelijke groet, Martie Severt 

Beste Martie Severt, 
dank voor uw attente mail en legitieme vraag. 
Ik zal een paar misverstanden (nog weer eens) uit de weg moeten ruimen. 

Ik heb één en andermaal al eens gezegd dat ik/wij niet het muzikale graf van Toet-Anch-Ammon hebben blootgelegd. Het bestaan van de Leidse Koorboeken was en is in musicologenkring genoegzaam bekend, en de editie van het eerste Koorboek van Bernet Kempers/Chris Maas in de Monumenta Muscia Neerlandica, uit 1973, is al vaker gebruikt door muzikanten van zeer diverse pluimage voor allerhande incidentele uitvoeringen, met name in Leiden. 

Het Egidius Kwartet en College maakt zich nu echter sterk om door middel van cd's en concerten niet alleen recht te doen aan het eerste boek, maar ook aan de inhoud van de overige vijf. In die vijf boeken staan veel stukken die reeds in opera omnia zijn opgenomen, maar ook heel veel die nog nooit in een moderne editie zijn uitgegeven of gezongen. 

Voor dat er één noot gezongen wordt gaat er een langdurig en grondig onderzoek aan vooraf en wat betreft het eerste boek een herijking van de 'lezing' van Bernet Kempers en Chris Maas. Beide heren hebben een voor die tijd tamelijk revolutionaire, brongetrouwe beteksting bezorgd, maar hier en daar hebben zij, ons inziens ten onrechte, gemeend enkele zaken stilzwijgend te moeten corrigeren. Wij zingen echter conform de door mij ontwikkelde 'diplomatische' beteksting, dat wil zeggen, zo veel mogelijk met de tekst onder de noten zoals in de koorboeken, daarbij vanuit een zekere overtuiging soms voorbijgaand aan de regels van bijv. Zarlino en Stocquerus, die van later datum zijn, en met in acht neming van voor de praktijk van Leiden typische betekstingen en vocabulatuur. Bovendien hebben wij op grond van dat onderzoek gemeend dat een Franse uitspraak van het Latijn ook in Leiden gebezigd werd, wat terug te vinden is in ortografische details en in accentueringswijze. Een revisie van Bernet Kempers/Maas' werk was dus hier en daar nodig en onvermijdelijk, met alle respect van dien. 

Om practische redenen zullen we helaas niet per editie-jaar het volledige boek van dienst kunnen uitvoeren, maar een representatieve selectie maken van elk boek. 

Van het eerste Koorboek (codex A) behoeven wij dus geen editie te maken, omdat die reeds bestaat. Anders wordt het met boek 2 t/m 6.  
Eric Jas heeft in zijn proefschrift over de Leidse Koorboeken nauwkeurig aangegeven welke stukken al in opera omnia zijn uitgegeven.  
Ook daarvan zullen we natuurlijk geen nieuwe uitgave bezorgen, wel zullen we de bestaande moderne edities toetsen op hun overeenstemming met de Leidse bron. In het geval van bijvoorbeeld Crecquillon(bezorgd in CMM door Barton Hudson) en Lupi (bezorgd in CMM door Bonney 
Blackburn) wijken de moderne edities hier en daar nogal dramatisch af van de Leidse bron, en hebben de editoren gekozen voor een communis opinio, lees veilige lezing. Wij retoucheren terug conform de Leidse versie, om zo dicht mogelijk bij datgene te blijven wat daadwerkelijk in Leiden geklonken heeft. 
Slechts waar de kopiist Anthonius de Blauwe evidente vergissingen heeft gemaakt zullen zullen we corrigeren, omdat ook de componist recht heeft op een zo correct als mogelijke lezing. 

Van de vele onuitgegeven (soms anonieme, soms van een naam voorziene) unica in de koorboeken B t/m F zullen we slechts in zoverre tot een uitgave overgaan in zoverre wij ze op de cd's of in de concertprogramma's uitvoeren. In een enkel geval, zoals bij de in codex B aanwezige Christus qui es lux, en Nunc dimitis cycli zullen wij besluiten de hele cyclus uit te geven, zonder dat we alle motetten op cd zullen zetten. 
Met name bij deze anonieme stukken, maar toch ook bij de vele motetten van bijvoorbeeld Clemens non Papa, Thomas Crecquillon, Johannes Flamingus, Joachimus de Monte enz, spreken wij, naar onze stellige overtuiging, over ten onrechte genegeerd repertoire. Zonder aan mythevorming te willen doen scheppen wij er een eer en genoegen in om dit repertoire, dat zo typisch was voor wat men in het midden van de zestiende eeuw in Hollandse getijdenkerken mooi, goed en belangrijk achtte, en waarvan de Leidse Koorboeken de énige getuigen zijn, eindelijk te mogen en kunnen 'ontstoffen' en uit te voeren en bij een groter publiek bekend te maken. 
In die zin durven wij zonder schaamte te spreken van het openen van een 'ongehoorde schat' en een belangwekkend, bijzonder en uniek 'avontuur'. 

met vriendelijke groet 
Peter de Groot 
artistiek leider Egidius Kwartet.

 


 

 

LKB uitgaven Egidius

Martie Severt 
Datum: 21 mei 2010 13:25:46 GMT+02:00 
Onderwerp: Uitgave en mythevorming 

Het Egidius Kwartet zal een uitgave verzorgen van alle stukken uit de Leidse Koorboeken waarvan geen moderne editie bestaat:  
Daarover zou ik graag nadere informatie ontvangen. Dit betekent ook dat een aantal stukken wel al verschenen is in moderne edities (omdat de werken ook in vele andere bronnen voorkomen), terwijl in de publiciteit wel heel sterk wordt gesuggereerd dat het in de Leidse Koorboeken gaat om volstrekt ten onrechte genegeerde muziek. Het lijkt wel op het creëren van een nieuwe mythe. Veel succes met het project, want het is wel fantastisch. Met vriendelijke groet, Martie Severt 

Beste Martie Severt, 
dank voor uw attente mail en legitieme vraag. 
Ik zal een paar misverstanden (nog weer eens) uit de weg moeten ruimen. 

Ik heb één en andermaal al eens gezegd dat ik/wij niet het muzikale graf van Toet-Anch-Ammon hebben blootgelegd. Het bestaan van de Leidse Koorboeken was en is in musicologenkring genoegzaam bekend, en de editie van het eerste Koorboek van Bernet Kempers/Chris Maas in de Monumenta Muscia Neerlandica, uit 1973, is al vaker gebruikt door muzikanten van zeer diverse pluimage voor allerhande incidentele uitvoeringen, met name in Leiden. 

Het Egidius Kwartet en College maakt zich nu echter sterk om door middel van cd's en concerten niet alleen recht te doen aan het eerste boek, maar ook aan de inhoud van de overige vijf. In die vijf boeken staan veel stukken die reeds in opera omnia zijn opgenomen, maar ook heel veel die nog nooit in een moderne editie zijn uitgegeven of gezongen. 

Voor dat er één noot gezongen wordt gaat er een langdurig en grondig onderzoek aan vooraf en wat betreft het eerste boek een herijking van de 'lezing' van Bernet Kempers en Chris Maas. Beide heren hebben een voor die tijd tamelijk revolutionaire, brongetrouwe beteksting bezorgd, maar hier en daar hebben zij, ons inziens ten onrechte, gemeend enkele zaken stilzwijgend te moeten corrigeren. Wij zingen echter conform de door mij ontwikkelde 'diplomatische' beteksting, dat wil zeggen, zo veel mogelijk met de tekst onder de noten zoals in de koorboeken, daarbij vanuit een zekere overtuiging soms voorbijgaand aan de regels van bijv. Zarlino en Stocquerus, die van later datum zijn, en met in acht neming van voor de praktijk van Leiden typische betekstingen en vocabulatuur. Bovendien hebben wij op grond van dat onderzoek gemeend dat een Franse uitspraak van het Latijn ook in Leiden gebezigd werd, wat terug te vinden is in ortografische details en in accentueringswijze. Een revisie van Bernet Kempers/Maas' werk was dus hier en daar nodig en onvermijdelijk, met alle respect van dien. 

Om practische redenen zullen we helaas niet per editie-jaar het volledige boek van dienst kunnen uitvoeren, maar een representatieve selectie maken van elk boek. 

Van het eerste Koorboek (codex A) behoeven wij dus geen editie te maken, omdat die reeds bestaat. Anders wordt het met boek 2 t/m 6.  
Eric Jas heeft in zijn proefschrift over de Leidse Koorboeken nauwkeurig aangegeven welke stukken al in opera omnia zijn uitgegeven.  
Ook daarvan zullen we natuurlijk geen nieuwe uitgave bezorgen, wel zullen we de bestaande moderne edities toetsen op hun overeenstemming met de Leidse bron. In het geval van bijvoorbeeld Crecquillon(bezorgd in CMM door Barton Hudson) en Lupi (bezorgd in CMM door Bonney 
Blackburn) wijken de moderne edities hier en daar nogal dramatisch af van de Leidse bron, en hebben de editoren gekozen voor een communis opinio, lees veilige lezing. Wij retoucheren terug conform de Leidse versie, om zo dicht mogelijk bij datgene te blijven wat daadwerkelijk in Leiden geklonken heeft. 
Slechts waar de kopiist Anthonius de Blauwe evidente vergissingen heeft gemaakt zullen zullen we corrigeren, omdat ook de componist recht heeft op een zo correct als mogelijke lezing. 

Van de vele onuitgegeven (soms anonieme, soms van een naam voorziene) unica in de koorboeken B t/m F zullen we slechts in zoverre tot een uitgave overgaan in zoverre wij ze op de cd's of in de concertprogramma's uitvoeren. In een enkel geval, zoals bij de in codex B aanwezige Christus qui es lux, en Nunc dimitis cycli zullen wij besluiten de hele cyclus uit te geven, zonder dat we alle motetten op cd zullen zetten. 
Met name bij deze anonieme stukken, maar toch ook bij de vele motetten van bijvoorbeeld Clemens non Papa, Thomas Crecquillon, Johannes Flamingus, Joachimus de Monte enz, spreken wij, naar onze stellige overtuiging, over ten onrechte genegeerd repertoire. Zonder aan mythevorming te willen doen scheppen wij er een eer en genoegen in om dit repertoire, dat zo typisch was voor wat men in het midden van de zestiende eeuw in Hollandse getijdenkerken mooi, goed en belangrijk achtte, en waarvan de Leidse Koorboeken de énige getuigen zijn, eindelijk te mogen en kunnen 'ontstoffen' en uit te voeren en bij een groter publiek bekend te maken. 
In die zin durven wij zonder schaamte te spreken van het openen van een 'ongehoorde schat' en een belangwekkend, bijzonder en uniek 'avontuur'. 

met vriendelijke groet 
Peter de Groot 
artistiek leider Egidius Kwartet.

 


 

 

Heeft u een vraag? U kunt deze stellen via het contactformulier. Richt duidelijk uw vraag aan Peter de Groot.

 

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

 

1-leiden 2-leiden-stad  4-RAL 5-FPK10-Leiden50jaarMonumentenstad_50  cultuurfonds_horizontaal_kleur  max

6-stedelijk-Museum-Leiden 7-cultuurfonds-leiden8-KRO  vsbfonds_rgb